Duizeligheid

Diagnose

  • Huisarts: meestal door de huisarts, eventueel aanvullend onderzoek: bloedonderzoek, ECG (hartfilmpje). Soms kan een huisarts direct een CT/MRI scan laten maken van de hersenen, maar gebruikelijk is dat een medische specialist (KNO arts en/of neuroloog) dergelijk onderzoek aanvraagt.
  • KNO arts: richt zich op het gehoor- en evenwichtsorgaan. Verder mogelijk onderzoek: röntgenonderzoek, CT/MRI scan, functieonderzoeken (VNG, BAEP, Audiogram, zie onder Ménière), zo nodig uit te breiden.
  • Neuroloog: richt zich vooral op het zenuwstelsel. Verder mogelijk onderzoek: röntgenonderzoek, CT/MRI scan, functieonderzoeken (EEG hersenfilmpje, BAEP), zo nodig uit te breiden.
  • Duizeligheidpoli: diverse ziekenhuizen hebben gespecialiseerde poliklinieken op het gebied van duizeligheid. Voordeel: aanvullend onderzoek en uitslag op één dag. Maar er zijn ook poli’s met gespreid aanvullend onderzoek en de uitslag pas 4 weken later, er zijn dus verschillen in werkwijze en kwaliteit.

kwaliteit    

Geen speciale kwaliteitscriteria duizeligheidbehandeling. Duizeligheid is een veelvoorkomende klacht waar iedere huisarts, KNO arts en neuroloog ruime ervaring mee heeft.


Links


Gespecialiseerde poliklinieken

Voor een overzicht van de 10 gespecialiseerde duizeligheidpoliklinieken zie Dr. Yep Jaargids 2011.


Ziektewijzer Dr. Yep Jaargids 2011

De ziektewijzer in de Jaargids is mede geredigeerd door Roeland van Leeuwen, neuroloog Gelre Ziekenhuizen Apeldoorn en tevens verbonden aan het Apeldoorns Duizeligheids Centrum (ADC). Expertisecentra als het ADC en de Kliniek voor Duizeligheid in Maastricht combineren patiëntenzorg met wetenschappelijk onderzoek.


Patiënt Eugene (42): ‘Wat is dat hevig’

“Op een zondagochtend werd ik plotseling wakker met een angstaanjagend omvalgevoel. Gewoon in bed. De hele kamer kantelde, ik voelde me gejaagd en misselijk. Doodstil liggen hielp wat, maar toen ik wilde opstaan werd het gevoel nog heviger: ik viel bijna om en moest direct overgeven. Een achtbaan was er niets bij. Dit duurde de hele dag. De huisarts adviseerde om in beweging te blijven, dan zou het eerder overgaan. De volgende dagen had ik het duizelige gevoel in lichtere mate. Bij voorover bukken op het werk viel ik een paar keer bijna voorover. Uiteindelijk ebde het langzaam weg. De neuroloog stelde later vast dat het ‘goedaardige draaiduizeligheid’ was. Goedaardig? Wat kan dat hevig zijn!”

Duizeligheid