Vertrouwen op intuïtie Dr. Hilde

Maar u kunt het me toch op z’n minst uitleggen?” zei een doodzieke man van 33 jaar aan het einde van die vrijdagochtend. Z’n ogen stuurden een mix van angst, dwang en hulpeloosheid op me af. “Ja, ik weet dat het onbegrijpelijk klinkt, maar we doen het maandag” was al vrij kortaf uit mijn mond.

Het ging over wel of niet een operatie in de buik doen, die vrijdag. Een paar dagen eerder was er door een CT-scan een vreselijke diagnose afgegeven: uitgezaaide kanker. De buik zat er vol mee. Een proefoperatie waarbij we kankerweefsel zouden weghalen en opsturen zou duidelijk moeten maken met wat voor soort kanker we te maken hadden. Niet aan denken. Het kan meevallen. Na overleg met de chirurgen en andere internisten uit mijn team besloten we de operatie maandag te doen. “Anders blijft het potje met weefsel toch maar staan”, zei de oncoloog. Deze in kanker gespecialiseerde internist had het al vaker meegemaakt. Nog snel even iets op vrijdagmiddag doen terwijl er medisch gezien geen haast bij was. “Niet doen” was haar advies. “Neem je tijd en bereid alles rustig voor”, zei ze die ochtend. “Kom op Hilde!, zo ken ik je niet” en “Je doet anders dan anders over deze patiënt, wat is er toch?” klonk na toen ik alweer op weg was naar mijn patiënt.

Wat was het eigenlijk met me, dat begon ik me ook af te vragen. Er klopte iets niet, hij zag er gewoonweg niet uit als iemand met een uitgezaaide kanker. Waarom hàd ik eigenlijk haast? Omdat deze man me dichter op mijn huid zat dan ik wilde? Omdat hij aantrekkelijk was? Ronduit mooi zeg maar? “ Ik kan het eigenlijk niet uitleggen,” zei ik, nog nahijgend van het trap op trap af. “En als ik eerlijk ben is het ook niet uit te leggen,” ik zei het zacht maar God, dàt voelde goed. Beter dan alles wat ik tot dan toe tegen hem gezegd had. Nu vasthouden dat gevoel; “U heeft gelijk, we doen het vanmiddag nog”. Niet meer twijfelen. Snel terug naar Ruud, een collega chirurg die me zou redden. “Ruud help me, vraag niet waarom, maar doe het vanmiddag.” Ruud haalde diezelfde middag een vrijwel afgestorven stuk darm uit z’n buik. Toen ik de operatiekamer op kwam, hield hij het triomfantelijk omhoog. “Dit was zijn probleem, er zit helemaal geen kanker! Gewoon een gedraaide darm die daardoor is afgestorven.Hoe wist je dat je niet tot maandag kon wachten?”

Geen idee, eerlijk gezegd. Niet toen de radioloog en ik samen nog eens naar de CT-scans keken, niet toen mijn patiënt een paar weken later weer helemaal gezond tegenover me zat. En nu nog steeds niet. Maar wat ìs het een mooi vak.


Overige columns